Column voorgelezen in Thorn Metronoom
Zondag 30 januari 2011
DOOD EN BEGRAVEN
Allereerst een onbescheiden vraag: bent uw wel eens dood gegaan? Of gestorven? Of desnoods overleden? Of hebt u ooit het tijdelijke met het eeuwige verwisseld? Is dat niet het geval, begin er dan ook maar niet aan. Want tot voor kort werd je dan begraven of ter aarde besteld of uitgevaren. Dat was weliswaar geen lolletje, maar het kon er nog net mee door.
Nu is dat anders. Nu is er – ook in onze contreien - sprake van een revolutionaire modernisering van het doodgaan en het begraven worden. Doodgaan is mode geworden. Het is trendy en zelfs sexy. Het doodgaan is ook leuk, want tegenwoordig is alles leuk. Als iemand toevallig tegen je zegt dat je dood bent, antwoordt dan: oké! Want dat is het enige dat we nog tegen elkaar te zeggen hebben: Oké.
Op de radio hoor je al een onheilspellend spotje van een dame die in een witte kist – die ze zelf heeft geschilderd – begraven wil worden, terwijl dat alles omstandig moet worden gefotografeerd c.q. gefilmd. En een mijnheer wil dat iedereen danst en zingt en dat zijn kist in de hoogte wordt gegooid met hem erin, zoals gedrogeerde bezoekers van popfestivals dat doen.
Dood en begrafenis worden bovendien voorwerp van commercie en dus van reclame. Dat betekent dat de idioten die ons in woord en beeld al jarenlang belazeren met allesreinigers die het bestaan nog smeriger maken, cosmetica waarvan je pas écht oud, lelijk en ziek wordt, flesjes troep voor je darmen die dan definitief verstopt raken, beleggingen waarvan je aan de bedelstaf raakt, kortingen op gebakken lucht en loterijen waarin je nooit wat wint, zich nu ook met aanprijzen van je laatste snik gaan bemoeien.
Maar eerst even de dood zelf. De oude Grieken zeiden het al: niet de dood, maar het doodgaan is het probleem. En niet de doden, maar de levenden zitten met de gebakken peren. En omdat ze met die peren geen raad weten, maken ze van je begrafenis een feest dat ze blijkbaar hebben afgekeken van types als Herman Brood, André Hazes en de Hells Angels. Trouwens, je gaat niet meer echt dood, maar je wordt – althans in het moderne spraakgebruik – losgelaten. Wie je loslaat, loopt vast en zeker weg. En wie wegloopt komt nooit meer terug.
Laat ik het niet over de eigentijdse begrafenisattributen hebben zoals door de leden van je kegelclub getrokken bolderkarren, oldtimers, Harley Davidsons, overjarige brandweerwagens, verlengde limousines, uitvaart-bakfietsen, bordkartonnen doodskisten, zelfgebreide lijkwades met je eigen logo, USB-sticks met je testament erop en amuletten gevuld met je laatste adem.
Het gaat mij veel meer om de uitvaart zelf. Daar is natuurlijk een fotograaf bij aanwezig, liefst dezelfde die destijds je bruidsreportage maakte waar je overigens al jaren niet meer naar hebt durven kijken. Toen was die fotograaf er om vast te leggen wat je bewoog, nu om vast te leggen dat niks meer je beweegt. Dan is er de clown, zodat de rouwenden zich toch nog tranen kunnen lachen. Of een goochelaar die je weg kan toveren of je kist doormidden kan zagen. Of de acrobaat die – om de bezoekers met hun eigen eindigheid te confronteren – een adembenemend optreden verzorgt, als u begrijpt wat ik bedoel.
Ook in opkomst: de buuttereedner. Ik weet zeker dat Pierre Knoops je tegen elke aannemelijke bod voor de laatste keer nog eens goed in de maling wil nemen. Taboem.
Er is natuurlijk de speciaal ingehuurde rouwbegeleider die jou nooit heeft gekend, maar die waarachtig meer stichtelijks over je weet te vertellen dan je hele familie en vriendenkring bij elkaar. Zo iemand die je – nadat hij met succes een cursus spreken in het openbaar heeft gevolgd - doet geloven dat je een halve heilige bent en dat hij een héle heilige van je kan maken, als je maar betaalt.
In de kerk wordt geen prentje meer van je uitgedeeld, maar een cd-rom waar de hele plechtigheid al op staat nog voordat ze is afgelopen. En er is natuurlijk ook een zangeres die tot vijf keer toe vergeefs aan Idols heeft meegedaan, niet in aanmerking kwam voor de Voice of Holland en nu heeft ingeschreven voor Boer zoekt Vrouw, maar nog niks van de KRO heeft gehoord. Dat is pas écht verdriet.
Hoewel je van je levensdagen nooit een gedicht hebt gelezen, krijg je er op je begrafenis minstens een stuk of tien voor je kiezen. Zelfgemaakte nog wel. En de muziek die ten gehore wordt gebracht staat op een verzamel-cd die ‘In Paradiso’ heet en die je voor nog geen vijf euro bij het Kruidvat kunt kopen.
Er is tenslotte ook de geheel ‘gedelaiseerde’ begrafenis – een begrafenis die van de wieg tot het graf door de Dela wordt verzorgd. Wat je een mensenleven lang aan premies hebt afgedragen was bij je sterven opgelopen tot zo’n tweehonderdvijftig duidend euro, maar als je een postzegel te veel op je rouwkaarten plakt, moet je bijbetalen. Maar dan mag je wel een boek inzien met teksten die geheel naar de laatste mode zijn bijgewerkt:
Je krijgt dan zoiets als:
‘Tot ons niet al te groot verdriet delen wij u mee dat, veel te oud voor zijn leeftijd en na in de kliniek voor het zelfgekozen levenseinde de pil van Drion met goed gevolg te hebben geslikt, eindelijk van ons is heen gegaan onze allerliefste’… enzovoort.
Eenmaal begraven of verbrand is er niet langer een koffietafel met elastieken broodjes, belegd met drijfnatte ham en jonge kaas die veel te oud is, maar een vlotte en lichtvoetige wijnproeverij met roomijsjes voor de kinderen en een rouw-DJ die je favoriete muziek draait met over de 120 decibels.
En tenslotte is daar het graf of de urn. De urn heeft tot voordeel dat je hem op de schoorsteenmantel of op het nachtkasje kunt zetten, wat nog veel gedoe geeft als je weduwe alsnog met iemand anders in zee gaat. Je as kan ook in sieraden, hangers en armbanden en zelfs in tatoe’s en piercings worden verwerkt. Ik heb me laten vertellen dat je er zelfs gel voor in je haar van kunt laten maken.
Maar je kunt ook naar de urnenmuur. Dan ben je – zeer tot je eigen verrassing - toch nog op het kerkhof begraven, maar dan wel bovengronds.
Ach, wat ik alleen maar wil zeggen is dat je begrafenis steeds meer een modern bezweringsritueel wordt. Wát je moet bezweren is niks meer en niks minder dan je angst voor de dood. En dat doe je noodgedwongen met middelen die uit het leven gegrepen zijn. Hoe anders?
Deze column mag daarom ook als een bezwering dienen. Want ik mag hier dan wel met de modieuze gekte rond dood en begrafenis de draak hebben gestoken, dat doe ik alleen maar omdat ik zelf wat te bezweren heb: jawel, mijn eigen angst voor de dood. Daar hebben jullie gelukkig geen last van. Want angst voor de dood heeft niemand anders. Die heb je alleen maar zelf.
